0031 (0) 6 12 4000 40 info@cunerus.nl

 

Om van huis uit naar de Datsja te komen moeten we eerst met de bus, dan met de metro en nog een rit met de minibus van zo’n 50 km. Het is benauwd warm. Omdat we geen auto hebben zijn we gedwongen met het openbaar vervoer te reizen. Stukken goedkoper, maar wel ingewikkelder. Bij de datsja is een winkel, maar zoals bij elke monopolist, alles is er duurder. Het betekent, dat we buiten wat extra kleding, het nodige voedsel meedragen. De bus komt precies aan op het moment dat we bij de halte staan. We treffen de bus van lijn nr. 1. Dat brengt geluk zegt mijn vrouw. Dat idee is zo diepgeworteld, dat ze soms bussen laat passeren om met lijn 1 te kunnen rijden. Het is maar goed, dat iedere Rus zijn eigen favoriete lijnnummer heeft, anders zou alleen buslijn 1 passagiers vervoeren.

De rit met de metro loopt voorspoedig, maar door het benauwde weer, staat het zweet me in de oksels. Het lijkt alsof ik, als buitenlander in dit klimaat, de enige ben die er last van heeft, want de Russen kijken stoïcijns voor zich uit, zonder een krimp te geven. Ik zie op tegen de busreis naar de datsja. Het gaat over de autoweg naar Moermansk, merendeels vierbaans. Heel filegevoelig. Een tijd terug zat ik in een afgedankte touringcar, zonder ventilatie. De naam:  ‘van Wegen reizen’ was nog overal zichtbaar. ‘Met airconditioning’ stond er ook. Maar die werkte niet.

Dit keer stond er een vrolijke minibus te wachten met een lange rij mensen ervoor. Dat wordt een uur wachten zei mijn vrouw de volgende komt pas over 55 minuten. We hadden echter buiten de chauffeur en zijn regelaar gerekend. De regelaar staat bij de vertrekkende bussen, geeft informatie en regelt de reizigers per bus. Chauffeurs en regelaars horen bij de zelfde club. De chauffeurs ontvangen het geld en rekenen een percentage af met de regelaars. Ik heb zelfs meegemaakt, dat bij gebrek aan een bus of minibus er particuliere auto’s werden ingezet. Allemaal kameraden.

In deze situatie wordt toch een oplossing gevonden. De chauffeur laat iedereen in de bus. Aangezien er zo’n 20 twintig zitplaatsen zijn, moeten de overige passagiers staan. Wij dus ook. De bagage wordt op schoot genomen en tussen de staande mensen  gemanoeuvreerd. Het is happen naar lucht. De minibus vertrekt, en we komen direct in een file. De zon is doorgebroken en brandt op het dak. Zakdoekjes en waaiertjes komen tevoorschijn. Zweten en naar lucht happen: iedereen ondergaat de kwelling. Het scheelt wel een uur.

We rijden weer. Ter hoogte van de brug over de Neva, 40 km ten noorden van Sint Petersburg, roept de chauffeur iets. Iedereen om mij heen zakt door de knieën, zo goed en zo kwaad als dat kan. Aanvankelijk blijf ik staan, maar ik wordt door mijn vrouw naar beneden getrokken. We blijven zo een vijf minuten zitten. Daarna roept de chauffeur weer. Iedereen richt zich op. Mijn vrouw legt uit, dat de chauffeur zwaar in overtreding is, met zoveel passagiers. Bij de Neva brug is altijd politie controle. Om een zware boete te voorkomen roept hij ruim voor de brug, dat iedereen die staat zich moet verbergen voor de wakende politie ogen. We komen er goed vanaf. Na een uur en kwartier rollen we met onze bagage de bus uit. De rit kost ons omgerekend € 2,50 per persoon. De chauffeur heeft dubbel verdiend aan deze rit. Maar daarvoor heeft hij een behoorlijk risico moeten nemen. En risico is geld.