0031 (0) 6 12 4000 40 info@cunerus.nl

vis

Hoe weet je of een vis vers is? Je kijkt achter de kieuwen van de vis en als dat er goed rood uitziet is hij vers. Als de vis nog beweegt is hij dat ook. Ik leerde dit op de markt die in de zomer iedere dag op het datsja-terrein wordt gehouden. Onze datsja ligt dicht bij het Ladago meer: het grootste meer van Europa met een oppervlak van meer dan een derde van Nederland. De vis die er gevangen wordt komt snel op die markt. Omdat het er warm kan zijn wordt de vis wordt gekoeld met blokken ijs. Het houdt ze vers maar toch: vliegen bijvoorbeeld zijn niet te weren. In het Ladago meer zwemmen zo’n 2000 soorten vissen en een aantal van hen zien we terug op de datsjamarkt. Van die vissoorten zijn de karpers de enige die ik ken.

Naast de Baboesjka’s zijn er stalletjes met speelgoed en gebruiksvoorwerpen. Maar ook met kleding en schoenen. Vaste winkels op het terrein: supermarkten en nu ook: een doe-het-zelf winkel.
De vis die wij gekocht hebben zit in een plastic tas en wordt naar onze datsja gedragen. Soms zien we een flinke beweging in de tas: verse vis. Eenmaal binnen pakt mijn vrouw een mes en in tijdsbestek van 20 minuten is de vis ontleed. Kop eraf, ingewanden eruit en de schubben geschrobd. Hij zal in deze conditie een tijdje in de koelkast liggen en aan het eind van de middag op de barbecue of in de pan terechtkomen. In Nederland zijn we gewend om geslachte dieren in filévorm in de supermarkt te kopen. Hier gaan ze uit van het dier.

De markt is niet erg groot, maar gezellig. De baboesjka’s (oma’s) bieden producten aan, die ze in hun moestuinen kweken en verdienen zo wat roebels bij. Ze verkopen groenten en kruiden, maar ook bloemen en stekjes. De hele dag zitten ze in de brandende zon geduldig te wachten op klanten. De bezoeker lopen langs de keurige rij . De oma met het overtuigendste verhaal verkoopt het meest.
’s Morgens rijden ze er met hun kruiwagens of boodschappenkarretjes naartoe. ’s Middags zijn de Baboeskja’s uitverkocht. Ze gaan terug naar hun datsja en dan is er tijd voor ontspanning. Zwemmen bijvoorbeeld. Aan de rand van het terrein stroomt een kanaal parallel aan het Ladago meer. Vroeger legden hier de boten aan, waarmee de datsja bewoners vervoerd werden, van en naar St. Petersburg. Tegenwoordig heeft iedereen een auto en het kanaal wordt alleen nog maar gebruikt om in te zwemmen en te vissen. Het water stroomt er hard. Als je denkt even naar de overkant te zwemmen kom je er zo’n 100 meter verder terecht. Matige zwemmers, zoals de baboesjka’s blijven dicht aan de kant. Of ze lopen stroomopwaarts en landen gebruikmakend van de stroming op de plek vanwaar ze vertrokken zijn.

In de supermarkt in Nederland is eigenlijk alleen maar visfilet te koop. Hetzelfde geldt voor vlees. Het dier wordt in pakketjes aangeboden. Het beest achter de filet verdwijnt. De Rus weet wat hij eet: een vis, een koe, een kip, een konijn, een schaap. Het is waarschijnlijk een kwestie van tijd. Dan behoort het kopen van een spartelende vis, omdat die vers is, ook daar tot het verleden.