0031 (0) 6 12 4000 40 info@cunerus.nl

 

Vandaag moet ik naar de kapper. Het haar bovenop mijn hoofd meet al enkele centimeters en dat is in Rusland al snel: onverzorgd. Ik til er niet zo zwaar aan, maar mijn vrouw is onverbiddelijk. Het doet me denken aan mijn tijd als  puber. Het was in de wilde jaren zestig. Iedere jongen die erbij wilde horen liet zijn haar groeien. Dit tot groot verdriet van mijn moeder. Regelmatig kwam het voor, dat ze ons naar de kapper stuurde, wat we botweg weigerden, mijn broer en ik. “Dan doe  ik het zelf wel”, riep ze uit en ze liep op mijn jongere broer af. Die zette het op een lopen. Het leverde een onvergetelijk schouwspel op: mijn moeder met een schaar en mijn broer liepen rondjes om de tafel. Ik genoot  van het tafereel. Hoe het is afgelopen herinner ik me niet meer. Meestal liep het uit op een stevig compromis.

De kapper heet in Rusland: paroekmacher. Ik proef er de woorden: pruik  en maken in. De pruikentijd is hier inmiddels voorbij. Ik betreed een ruimte waar jongens en meisjes in de weer zijn met voornamelijk vrouwen. Bij het geluid van een Russische popzender werkt men hier van 9.00 tot 9.00. Sommige songs ken ik intussen wel. Ze worden gezongen in het Russisch, maar zoals overal op de wereld gaan ze vooral over liefde. Ik word geknipt door een jonge vrouw, een meisje nog. Ik kom hier niet voor ’t eerst en daarom weet ik dat ze een beetje Engels spreekt. Omdat ik een beetje Russisch spreek moet dat goed komen. Met gebaren maak ik duidelijk, dat het aan de zijkanten tondeuse-kort moet en bovenop anderhalve cm. Vol enthousiasme begint ze aan het karwei.

De kapsters hier zijn lang bezig. Eerst wordt het haar gewassen. Dan knippen. De eerste ronde is een kwestie van tondeuse en schaar. Ons gesprek is beperkt. Links en rechts van mij zitten twee dames, met een plastic tas om hun hoofd. Verderop zit er één onder een droogkap, die veel herrie maakt. Intussen speelt de radio.

Nu begint het fijnere werk. Haartje na haartje lijkt het, wordt op maat geknipt. Af en toe ontsnapt er een zucht aan het kapstertje. Ze loopt nog eens om me heen. Kijkt. Zie nog wat uitstekende haren en duikt er op met schaar en kam. Na ruim een half uur is ze klaar. Ze toont het resultaat in de spiegel. Ik zeg:  Otsj garasjoh (heel goed). Het meisje glundert. Ik wijs op mijn wenkbrauwen. Of ze die bij wil knippen. Dat gebeurt snel en efficiënt. Ik voel me weer het heertje.

Omgerekend betaal ik € 12,50. Ik doe  er ruim een euro fooi bij. Die mag ik haar persoonlijk overhandigen. Ze ontvangt het 100 roebelbiljet in dank en tovert een mooie lach op haar gezicht. Dasvidenja (tot ziens) zeg ik. Ze ziet me graag terugkomen.

Terwijl ik op  straat loop en de wind langs de zijkanten van mijn hoofd speelt, denk ik weer aan de sixties. Er was: de Koude Oorlog. Rusland was het grote gevaar. De ultieme dreiging van een kernmacht. Nu 50 jaar verder ga ik in dat land naar de kapper en blijken de Russen aardig en respectvol naar buitenlanders. Ik zie de toenmalige Russische president Chroestsjov in de Vergadering van de Verenigde Naties met zijn schoen op de tafel slaan. Het zijn niet de gewone burgers die ruzie maken. De politici, daar gaat het mis. Die lopen elkaar schreeuwend achterna. Tot compromissen komt het te weinig.