0031 (0) 6 12 4000 40 info@cunerus.nl

 

Hijgend sta ik op de tweede verdieping van een oud gebouw. Ik moet zijn op de vijfde en ik heb te maken met twee dingen: gebrek aan energie en een atmosfeer in het gebouw die beslist ongezond genoemd mag worden. Dat mensen hier werken? Ik ben zoeven de beveiliging gepasseerd. Een strenge man in een blauw overhemd, die mij wantrouwend aankijkt. Niet dat ik er verdacht uitzie, deze mensen worden aangenomen op hun manier van kijken. Heb je een vrolijke uitstraling, zoals ik, dan heb je geen schijn van kans in dit beroep. In het gebouw zitten financieringsinstellingen, een notariaat en een vertaalbureau. Naar het laatste ben ik op weg.

Ik besef dat ik nog drie trappen te gaan heb. In dit hele gebouw geen lift te bekennen. Dan maar met volle kracht naar boven. Hijgend sta ik voor de deur van het vertaalbureau. Even kort op adem komen. Ik stap naar binnen en ik zie zeker 50 mensen zitten in twee door stoelen gescheiden ruimten. In de achterste ruimte bevinden zich zes bureaus die niet allemaal bemand zijn. Bij de bureaus waar iemand dienst heeft zitten de klanten. Ik besluit in de achterste ruimte te gaan zitten. Ik heb geen flauw idee na wie ik ben binnengekomen. Ik wacht maar af, want ik weet het even niet.

Een juffrouw  van het kantoor stapt binnen. Ik zie hoe ze een nieuwkomer opvangt en iets vraagt aan de mensen die er zitten. Iemand geeft antwoord. Ik begrijp, dat ze vraagt wie de laatste was. Dat was ik dus, maar dat begreep ik toen nog niet. Ik sta op en loop op de juffrouw af. Ze spreekt Engels. Ik zeg haar dat ik niet weet wanneer ik aan de beurt ben. Ze vraagt waarom ik dat niet aan de wachtende mensen heb gevraagd, toen ik binnenkwam. Ik antwoord dat ik geen Russisch spreek. Ze snapt het. Hoe lang geleden ben ik binnengekomen? Ongeveer tien minuten. Ze vraagt nu aan de wachtenden, wie er tien minuten geleden is binnengekomen? Een vrouw in een witte trui steekt haar hand op. U bent achter die mevrouw.

Ik wacht en wacht. Iedere keer als er een plekje aan een van de bureaus vrij komt, kijk ik naar de witte trui. Intussen komen er mensen naast mij zitten, die even later naar een bureau lopen. Ik denk, die zijn brutaal. Die dringen voor. Ik begeef me weer naar de juffrouw die de binnenkomsten regelt en ik zeg, die mensen daar zijn gaan voor hun beurt. Ze antwoordt ,dat het mensen zijn, die van het andere gedeelte naar hier zijn gaan zitten. De twee gedeeltes horen bij elkaar. Mijn woede zakt en ik geef mij over aan gelatenheid.

De tijd tikt door. Het valt me op, dat het merendeel van de mensen gekleurde mensen zijn. De meeste uit een van de zuidelijke republieken: Oezbeken, Tadzjieken. Waarom ze hier zitten? Eenmaal aan een bureau wordt er direct een scan van hun paspoort gemaakt. Of dat het doel van hun komst Is? Misschien zitten ze in een procedure voor een verblijfsvergunning. Wie zal het zeggen. Net als ik een praatje probeer aan te knoppen met mijn buurvrouw, die een Mongools uiterlijk heeft en geen woord begrijpt van wat ik zeg, of het niet wil begrijpen, staat de witte trui op. Ik schiet direct in de alert stand. Een minuut later komt er een bureau vrij. Ik neem gezellig plaats. De vrouw achter het bureau zegt me dat ze nog even niet beschikbaar is. Kan me niet schelen. Ik zit aan dat bureau en daar krijgt niemand me meer weg.